handgeschreven testament

Nederlandse erfgenamen komen er bij de afwikkeling van de nalatenschap van hun overleden moeder achter dat haar ex-man, van wie zij enkele jaren voor haar dood was gescheiden, aanspraak maakt op het huis dat zij in Spanje heeft nagelaten.

 

Deze ex-man start een procedure bij de Spaanse rechtbank met als inzet toe-eigening van het onroerend goed, niet op basis van een ‘gewoon’ notarieel testament, maar op basis van een zogenaamd ‘olografisch’ testament: een handgeschreven briefje van de erflaatster, waarin zij liet weten: “Als ik kom te overlijden, gaat het huis aan de Calle Palamós naar Juan”.

 

Naar Spaans recht is zo’n handgeschreven testament geldig mits het door de erflater zelf geschreven is en door hem/haar voorzien is van datum (jaar, maand en dag) en handtekening. Om dat te kunnen vaststellen dient door minimaal drie getuigen ten overstaan van de rechtbank te worden verklaard dat het hier inderdaad het handschrift van de erflater betreft.

 

Vóórdat de kinderen van de overledene op de hoogte kwamen van de procedure bij de Spaanse rechtbank (zij waren volgens eiser ‘onvindbaar’) waren alle getuigen reeds gehoord en stond de rechtbank op het punt het onroerend goed aan de ex-man toe te wijzen.

 

Niettemin bleven de kinderen ernstige twijfels houden over de werkelijke (uiterste) wil van hun moeder. Bij de rechtbank werd door de kinderen met succes aangevoerd dat de Spaanse rechtbank niet bevoegd was om van deze zaak kennis te nemen omdat hun moeder een jaar vóór haar overlijden naar Nederland was teruggegaan en op het moment van overlijden dus niet meer in Spanje woonde.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.